 |
Het begin
De lutherse reformatie in de Duitse stad Wittenberg door Maarten
Luther begonnen op 31 oktober 1517 met het aanslaan van 95 stellingen
tegen misstanden in de katholieke kerk, verspreidde zich spoedig
naar de Nederlanden. Door vele vertaalde geschriften en door zijn
bijbelvertaling inspireerde Luther velen tot een nieuw geloven.
De eerste reformatie van ons land was dan ook luthers.Dat de calvinistische
reformatie, inhoudelijk nauw verbonden met die van Luther, hier
toch de grootste aanhang kreeg, is vooral te verklaren vanuit
de politieke situatie van onze gewesten, gewikkeld als wij waren
in de strijd om de onafhankelijkheid te bevechten op de Spaanse
koning. |
| Toch was er halverwege de zestiende eeuw sprake van lutherije.
In de Zuidelijke Nederlanden leidde dat ook tot de stichting van
lutherse gemeenten o.a. te Antwerpen. Door de inname van deze stad
door Alva werden deze lutheranen over heel West-Europa verstrooid,
velen ervan kwamen naar Amsterdam. Daar bevonden zich ook al lutheranen
uit Duitsland, in het bijzonder uit de Hanzesteden. De kooplieden
uit Hamburg hadden toen ze nog niet luthers waren een eigen begraafkapel
in de dan nog katholieke Oude Kerk, het zogenaamde Hamburger koor.
Deze kooplieden vormden samen met de verdreven Antwerpse lutheranen
en een groep autochtone Amsterdammers de eerste lutherse gemeente
van Amsterdam, spoedig genaamd De kerk toegedaan de Augsburgse Confessie.
We spreken dan van na 1585. In 1588 werd de eerste geschreven geloofsbelijdenis
met het verzoek om in het openbaar bijeen te kunnen komen aan het
stadsbestuur aangeboden. Dit wordt als het stichtingsjaar van onze
gemeente aangehouden. |
De bouw van de Oude Lutherse Kerk
Rond 1600 werd op het beneden Spui een spijker gekocht, een pakhuis
met de naam: De vergulde Pot. De vloeren werden gedeeltelijk verwijderd,
in het ontstane gat werd de preekstoel gezet en men zat op de overgebleven
vloeren, ook wel hangcameren genoemd. Later was men zo gewend en gesteld
geraakt op een dergelijke inrichting dat de vele etages in deze kerk
onder andere daaruit zijn te verklaren.
In die jaren rond 1600 hadden de lutheranen van Amsterdam te lijden
onder voortdurende pesterijen van het gereformeerde stadsbestuur. Dan
weer werden ze gedoogd, dan weer verboden. Omdat er ondertussen zoveel
lutheranen belangrijke posten hadden weten te bemachtigen zoals in de
VOC waarvan de voorzitter Hans Hunger een lutheraan was en omdat de
Amsterdamse welvaart vooral afhing van de noordelijke handel in de Oostzee,
was het dreigement van de lutherse koning van Denemarken om de Sont
af te sluiten (dat dreigement deed hij op verzoek van de Amsterdamse
lutheranen) voldoende stok achter de deur om voortaan zonder veel problemen
de eigen geloofsovertuiging te mogen beleven. Anders dan de overige
dissidenten zoals dopers en remonstranten en de katholieken hoefden
lutheranen geen schuilkerken te bouwen. Kennelijk konden de gereformeerden
toch niet ontkennen dat de lutherse reformatie de eerste was geweest
en aan hen verwant. Wel was er nog de restrictie dat wij geen toren
mochten bouwen. Overigens hebben de lutheranen dat verbod door de bouw
van de werkelijk majestueuze koepel van de Ronde Lutherse Kerk schitterend
omzeild.
Toevloed en groei
Maar terug naar het Spui. In de jaren na 1600 werden er steeds meer
pakhuizen op het Spui gekocht. Toen men er zeven had, werd op dat grondvlak
de Oude Lutherse Kerk gebouwd, ingewijd op de eerste kerstdag in 1633
door ds Casparus Pfeiffer. Ter herinnering aan de zeven pakhuizen zijn
er aan de Spuizijde nog zeven geledingen in deze kerk te ontdekken.
De bouw van een zo grote ruimte als deze kan alleen maar wijzen op een
grote groei.
Een groei die zich zo snel zou doorzetten dat binnen 40 jaar een grote
tweede kerk moest worden gebouwd, de Ronde van 1671. Daar moesten minstens
5000 mensen in kunnen. Eén van de argumenten voor de bouw van
de tweede kerk was de veiligheidssituatie in de Oude Lutherse. Hoewel
er drie diensten op een zondag en ook nog doordeweekse diensten waren,
was de ruimte te klein geworden. In 1669 telde de gemeente 26.000 leden,
ongeveer 20% van de stadsbevolking.
De toevloed van buitenlanders was in deze jaren zeer groot. Amsterdam
was het economische hart van die tijd en redelijk tolerant. Van de 4000
communicanten in 1626, dus voor de bouw van Oude Lutherse Kerk, kwam
40% uit Duitsland. Ook de eerste predikanten kwamen daar vandaan. In
de periode vlak voor 1670 kwam een kwart van alle instroom uit Scandinavië.
Bij deze groep zaten belangrijke zilversmeden, wiens werk zich thans
prominent in het Rijksmuseum bevindt.
Immigrantengemeente
In de eerste 30 jaar van het bestaan van de gemeente werd er regelmatig
in het Duits gepreekt, Men kan dus met recht van een zeventiende eeuwse
immigrantenkerk spreken. Zodra er sprake was van een tweede generatie
gelovigen, is daarvan voortdurend in de notulen van de kerkenraad de
weergave te lezen. De dominees werd opgedragen beter Nederlands te spreken.
Grote activiteiten werden er in deze jaren opgezet om de gemeente van
dienst te zijn. Zo werd door de Amsterdamse lutherse predikant Adolf
Visser in 1648 de Lutherbijbel in het Nederlands vertaald; er verschenen
gezangboeken. Er werd een weeshuis opgericht en een oudeliedenhuis,
diverse hofjes werden gesticht waarvan er sommigen nog steeds een bloeiend
bestaan leiden. Lutherse gemeenten in heel Nederland sloten zich aaneen
tot een synode onder leiding van Amsterdam dat tot presidentiële
gemeente werd uitgeroepen. Predikanten werden van hier uitgezonden naar
New York, de Lutherse Kerk van de VS is ontstaan vanuit Nederland en
heeft tegenwoordig zo’n 5 miljoen leden, naar Batavia, naar de
West, maar ook naar plaatsen in dit land.
De praktijk van het gemeente-zijn
Aan de gemeente van Amsterdam waren steeds vier tot zes predikanten
tegelijk verbonden. Zij verzorgden de predikaties, voerden geloofsgesprekken,
behandelden catechetische stof in de diensten, gaven medeleiding aan
de gemeente en maakten soms lange collectereizen naar het buitenland.
De eerste predikanten, ook de Nederlandse proponenten, waren opgeleid
aan Duitse universiteiten. Geleidelijk aan ontwikkelde zich echter de
wens om een Nederlandse opleiding te krijgen. Deze werd begonnen door
ds Coenraad Hoppe in 1652. Ja, wel degelijk familie van het cafe Hoppe
aan de overkant van de kerk.
Anders dan nu brachten de predikanten geen huis- en ziekenbezoek. Daarvoor
waren ziekentroosters in dienst. De gewone catechisatie werd door catechiseermeesters
en later door -juffrouwen gedaan. De kosters waren de beambten die de
registers bijhielden en zaterdags ook de voorbeden samenstelden aan
de hand van formulieren met vaste intenties
Voorbeeld:
Hertgrondig gebed te doen voor:
Voor 3 personen ziek en krank liggende
9 vrouwen op ´t uyterste groot gaande
5 personen die aangevochten en in ´t gemoed bestreeden word
69 personen op gevaarlijke reize naar oost en westIndien, naar de
Straat, Cadir, Smirna Etc
En dankzegging
3 kraamvrouwen hier tegenwoordig
1 stuurman uit Lissabon in Tessel behouden gearriveerd.
Als je deel wilde nemen aan het avondmaal moest je van tevoren de voorbereidingsdienst
meemaken; daar werd een zogenaamd avondmaalsloodje uitgereikt dat je
in de avondmaalsdienst bij het betreden van het doophuis weer moest
inleveren (stukje lood met een zegel erop). De doop werd vaak bediend
na afloop van de zondagse dienst of bij de mensen thuis. Voor mensen
in nood was er de diaconie die veel ondersteuning bood en al spoedig
de diverse instellingen had.
Onderlinge twisten
In de tweede helft van de 18e eeuw was nog steeds een zesde deel van
de Amsterdamse bevolking luthers, zo’n 33.000. In deze jaren werd
overal op het theologisch erf de strijd gestreden tussen rationalisme
en piëtisme, oftewel tussen vrijzinnig en rechtzinnig.
Ook de Amsterdamse lutheranen ontkwamen er niet aan. Toen er bij de
vacature voor een predikant opnieuw een rationalist werd gekozen, sloeg
de vlam in de pan en scheidde een deel van de gemeente zich af en koos
de laatste rechtzinnige predikant tot voorganger. Zo werd in 1792 ds
Johannes Hamelau de eerste predikant van de Hersteld Lutherse kerk.
Uiteindelijk verloor de Evangelisch-Lutherse kerk daarmee een kwart
van haar leden. Deze groep legde opnieuw een grote activiteit aan de
dag. De burgemeesters van Amsterdam werkten daaraan mee (wellicht speelde
de afscheiding ook een rol in de toen heersende discussie tussen prinsgezinden
en patriotten) door eerst de Gasthuiskerk ter beschikking te stellen
en later de bouw van de Hersteld Lutherse kerk aan de Kloveniersburgwal
op het terrein van het gekkenhuis mogelijk te maken.
Van deze bijzondere situering, wordt ook verhaald in een gedichtje dat
in de collectezak werd gevonden. De Herstelden werden ook wel mensen
van het Oude Licht genoemd in tegenstelling tot de nieuwlichters: de
rationalistische dominees van het Spui.
In elk geval luidt het versje:
O Lutherdom van ‘t oude licht.
Wat heeft men van uw kwaal t’publiek verkeerd bericht.
Men zei; gij waart hersteld – en heeft daarna vernomen,
Dat ge eerst in t’gasthuis zijt gekomen;
En nu, daar elk uw ziekte als ongeneeslijk agt
Verhaalt men, dat ge in ’t kort in ’t Dolhuis wordt gebracht
Nauwelijks twee jaar na de scheiding kon een prachtige kerk in gebruik
worden genomen. In alles leek die kerk overigens op de Oude Lutherse
aan het Spui, vooral ook in zijn etages.
Overigens werd in het fronton van de kerk een beeldhouwwerk van Ziesenis
geplaatst met de tekst: Zij bleven volstandig in de leer. Een alerte
Amsterdammer merkte al gauw op dat Vrouwe geloof die boven de tekst
was afgebeeld met haar hand wees in de richting van het Spui. Wie bleven
er nu volstandig in de leer?
Om een lang verhaal kort te maken in 1952 is aan de afscheiding een
eind gekomen door de fusie van de beide kerken.
Met nog grotere passen naar nu
De huidige lutherse gemeente van Amsterdam heeft zo’n kleine
1000 belijdende leden alsmede 2000 doopleden. Behalve van de Oude Lutherse
Kerk, die we doordeweeks aan de UvA verhuren, maken wij gebruik van
5 andere lutherse kerkgebouwen: De kapel Op de Dijk in Noord, de Augustanakerk
in West, De Maarten Luther Kerk in Zuid, de Nieuwe Stad in Zuid-Oost
en de Johanneskapel in Amstelveen. Voor de goede orde: de
Ronde Lutherse Kerk, waar vanaf 1935 geen kerkdiensten meer worden gehouden,
is nog altijd in bezit van de Lutherse Gemeente. Er zijn aan onze gemeente
een zestal predikanten verbonden. Wij zijn een gemeente waarin openheid
en vrijheid belangrijke kernwoorden zijn. De vreugde over de boodschap
van Godswege kleurt ons leven. Onze diensten kenmerken zich door een
verzorgde liturgie, eigentijdse bijbelse prediking en door een uitgebreid
kringwerk waarin we een gemeenschapsgevoel beleven. Vanaf het begin
van de 20e eeuw zijn er vrouwelijke predikanten in onze kerk en onze
gemeente. Ver voordat dat in SOW-verband kon, werden er hier al homohuwelijken
gezegend.
Plan de Zwaan slaat haar vleugels uit
In de afgelopen jaren hebben we samen met de Hervormde Gemeente van
Amsterdam en de Gereformeerde Kerk van Amsterdam geprobeerd een stedelijke
Sow-samenwerking van de grond te krijgen. Een samenwerking die er wat
ons betreft vooral op gericht was gezamenlijke vernieuwing van de grond
te krijgen. Helaas is dat proces in 2001 mislukt en zijn wij als lutheranen
nu zelf bezig aan een vernieuwingsplan dat de titel heeft meegekregen:
De zwaan slaat haar vleugels uit. De zwaan is het symbool van de lutheranen
in Nederland.
Wij willen als het ware een reistocht ondernemen met de leden van onze
gemeente maar ook nadrukkelijk met een ieder die met ons wil samenwerken,
een pelgrimage tussen heimwee en verlangen. We willen het goede uit
de traditie meenemen en verlangen evenzeer naar vernieuwing. Vernieuwing
van ons persoonlijk leven en dat van onze gemeente. Wij gaan een weg
die we de weg van verwachting noemen. Daarbij willen wij ook leren te
kijken door de ogen van buitenstaanders.Wij willen op onze weg, door
onze pelgrimage, vensters openen op op ons bestaan, op de wereld en
de eeuwigheid.
In alle bescheidenheid willen wij een gemeente zijn die op steeds verrassende
wijze gastvrij, stijl- en sfeervol inspirerend en solidair is. Dit plan
zal op vele gebieden een andere wijze van werken met zich meebrengen.
|